• Mevrouw Cassius en Meneer Bruce. Ofwel terug naar het begin. 

De laatste tijd heb ik het mountainbiken weer opgepakt. Mijn fietsje van meer dan 30 jaar oud, ooit gekocht bij een supermarkt waarvan ik de naam niet zal noemen maar die wel meer gekke dingen in hun assortiment hebben; doet het nog prima. Prima, op een paar versnellingen na. Ik heb het idee dat iedereen me voorbij fietst, gniffelend, denkend wat is dat nu voor ding. Het is zilver, een beetje een ruimtevaartschip. Ik denk dat je het daar het beste mee kan vergelijken. Als er door de warmte boven het asfalt een luchtspiegeling is, kan ik me goed voorstellen dat mensen het van verre daarvoor aanzien. Toch, volgens mijn lief, een zeer beoefend MTB’er, wanneer hij later mijn strava bekijkt, ga ik behoorlijk hard. Het gaat mij niet om het aantal km en hoe hard ik fiets. Ik vind het gewoon heerlijk weer wat lucht te krijgen. Het wandelen en soms hardlopen is fijn, maar nu kom ik nog eens ergens. 

Ik fiets het slingerende riviertje af tot ik al een heel eind de grens over ben en er ernaast geen pad meer is. Ik ben dan al een heel eindje België in. Op een bord zie ik dat het riviertje daar is ontsprongen. Het stroomt opwaarts richting Nederland. Ik zie ineens de associatie bij mezelf: terug naar het begin. De laatste tijd heb ik enorm de behoefte om de herinneringen van de kinderen op te halen toen ze nog klein waren, mijn mooie, grote dochters. Die van twee kleine schattige meisjes nu uitgegroeid zijn tot echte dames. Éen is me qua lengte voorbij en ik merk dat er goedkeurend naar haar gekeken wordt wanneer ze met haar lange benen naast me loopt. De ander wil niet meer de dingen doen die horen bij het ‘kleine meisje’ zijn. Met de overgang naar dit nieuwe, prachtige huis lijkt er ineens een fase voorbij waar ik me nog niet eerder bewust van was. 

Ik realiseer me dat er steeds rondbazuint wordt dat je ‘in het nu’ moet leven, dat vooruit kijken en het verleden er eigenlijk niet toe doen. Dat is deels zo, wanneer het goed wordt geïnterpreteerd. In het nu leven betekent vooral bewust zijn van het nu en proberen je gedachten niet de toekomst te laten bepalen wanneer je er geen invloed op hebt. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar daarvoor hebben we ACT ;-). In het nu leven betekent ook kijken naar wat er op dat moment is, met aandacht. Maar, om nu je hele verleden en toekomst maar te skippen gaat te ver, het is feitelijk klinkklare onzin. Want, als je verleden er niet toe mag doen is er geen fundament en zak je in elkaar. Als dit riviertje geen verleden had, zou het nooit zo’n prachtig meanderend riviertje glinsterend door een groen landschap zijn geworden. 

Enfin, ik heb dus een beetje behoefte aan houvast aan het verleden. Onderweg naar dit huis lijk ik het een beetje kwijt te zijn geraakt. Vandaar het mountainbiken, lucht en adem. En dan, ineens in de verte, staat hij daar. Een oude man, zware shag rokend, parka aan en jagerspetje op. Hij doet me denken aan mijn vroegere tweede vader. Zijn shag stinkt, maar juist in dat luchtje is de herinnering aan hem er weer. Met een zwaar Vlaams accent begroet hij me. Twee honden draaien rondjes om me heen: een pointer en een Duitse staande, korthaar, met vlekjes. Hij stelt ze aan me voor: de pointer is Spork, zijn oude buurman had ooit de idee gids te worden in de natuur en legde hem uit wat Spork is, een struik waar bijen op afkomen. De Duitse staande is Bruce. Hij vraagt hoe mijn Duitse staande hond heet: Cassius Joe. Cassius van Cassius Clay, alias Mohammed Ali, die ook vernoemd is naar de politicus die pleitte voor afschaffing van de slavernij. Eigenlijk heet onze hond: Caliber Cassius Joe von Mesdag Vuurtoren (geboren onder de vuurtoren in het meest noordelijke stukje van Nederlands vasteland). Maar ach, we noemen hem maar Joe (naar Joe Pesci, the Irishman)..

Uit het niks zegt deze man: “Mevrouw, er is altijd een begin, en daar is alles op gebaseerd. En dat begin dat blijft, dat houdt niet op. Dat zie u hier wel aan de oorsprong van dit riviertje”. Nadat ik verbouwereerd wegfiets roept hij nog: “Mevrouw: als ik u volgende keer weer op uw fiets zie zeg ik:

“Dag mevrouw Cassius en dan zegt u: dag meneer Bruce”. 


  • Lief huis.

Het is een koude lenteavond wanneer er wordt aangebeld. Onze oudste dochter, toen nog klein, lag net in haar bedje. We hebben de houtkachel aan, deels omdat het fris is; deels omdat het zo gezellig is en het weer kan. We hebben een lange en zware verbouwing achter de rug. Zwaar in de zin dat het moest, ons huis is nl erg oud, maar verder zwaar naast twee fulltime banen, een pittige studie met stage en een jong kind. De vlammen in de houtkachel geven meteen de warmte die we nodig hebben na een half jaar slapen op dunne matrasjes, ergens tussen het stof in een kamer waar net een ruimte van een paar vierkante meter te creëren valt. Een oude man, leunend op een wandelstok, staat samen met zijn dochter op de stoep. De man begint zich te verontschuldigingen omdat hij ‘s avonds aanbelt. Dan vraagt hij of hij samen met zijn dochter een kijkje in het huis mag nemen? Hij is hier 80 jaar geleden geboren…

Soms zijn er dagen dat er wonderen gebeuren en alle sterren de goede richting op schijnen.. Dit is er zo één; een avond liever; en vooruit, ook nog een deel van de nacht.

Natuurlijk zeggen we Dhr. Frank en zijn dochter Esther dat ze welkom zijn, op dit moment lijken we te hebben gewacht. Er zijn genoeg raadsels aan dit huis. Vaak heb ik me afgevraagd waarom onze grote slaapkamer een deurkozijn midden in de achterkamer naar buiten had. Er was immers geen trap aan de buitenkant. En waarom was er al decennialang een inloopkast; in die tijd was er naar mijn idee nog geen behoefte aan een dergelijke luxe als dat.

Een vrijdagmiddag, rond de herfst, zat ik met een vriendin in de keuken aan tafel, tegen de verwarming aangeplakt. Terwijl we dronken van de wijn vroeg mijn vriendin waarom die kelder in de keuken toch zo sterk gestut was. Dit had ze eerder gezien bij kelders in de huizen in Griekenland, waar ze vandaan komt. In die tijd had ik nog twee oude buren. Eén rechts, een oude man, en een oude buurvrouw links. Elke donderdag haalde de oude buurman de oude buurvrouw op en wanneer ze ons huis passeerden iets na 10.00 uur zei hij: ‘daar gaan we weer’! Deze lieve mensen waren al bevriend voor de tweede wereldoorlog, ze woonden hier al als klein kind en hadden hun ouderlijk huis niet verlaten. Mijn oude buurvrouw kwam soms achterom bij mij voor een kopje koffie en vertelde dan over beschietingen in de oorlog achter in deze tuinen, er waren zoals ik uit haar verhalen begreep, nog geen schuttingen.

Dhr. Frank, een man met een ontzettend lief gezicht en felblauwe ogen, een beetje lijkend op mijn opa uit Den Haag; vertelde dat hij hier geboren was, dat moet voor 1930 geweest zijn, er waren al bewoners voor hij hier met zijn familie kwam wonen. Na de oorlog waren ze uit Breda vertrokken en naar Den Haag verhuisd. Notabene in de buurt van mijn opa en oma, die kende hij niet maar kapper Thijs, de buurman naast de oude portiekwoning van mijn opa en oma wel. Dit huis kreeg de goedkeuring van de oude heer Frank. Het was in oude staat hersteld, misschien met een ietwat modern tintje maar voor hem nog herkenbaar. Toen hij de inloopkast zag kreeg hij het zwaar. Hij vertelde dat zijn vader dat snel voor hem getimmerd had toen de oorlog op zijn hevigst was en zijn beide oma’s zijn kamer aan de voorkant betrokken. De inloopkast had geen raam, er past hooguit een eenpersoons bed in, maar het werd zijn slaapkamer.

Het mysterie rond de deur bij onze slaapkamer werd eveneens opgehelderd. Dhr. Franks vader had een naaitatelier. Via een trap aan de buitenkant kwamen de naaisters hun werk binnen en namen ze plaats achter één van de naaitafeltjes. Na de oorlog was er geen vraag meer in Breda naar couture kleding en vertrok het gezin naar Den Haag waar de vader van Dhr. Frank het ondanks de net afgelopen hongerwinter en de gebombardeerde stad lukte om zichzelf op de kaart te zetten met zijn atelier. Blijkbaar hebben de bewoners na hen de trap buiten weggehaald en de muur dichtgemetseld. Iets waar we weer bij toeval achter kwamen. En de kelder, die was goed gestut vanwege alle beschietingen. Soms ging het er heftig aan toe en moest het hele gezin inclusief de oma’s een nacht in de kelder verblijven. 

Een huis met een verhaal, met een stukje historie. De eerste steen werd gelegd in 1905. Het is nu 2020 en het staat nog te pronken met zijn aparte gevel in een gezellige straat in Breda Zuid. In dezelfde straat werd precies 100 jaar geleden de schrijfster Marga Minco geboren. Het is een stadshuis om verliefd op te worden met een heerlijke mediterrane tuin waar we elke zomer een overvloed hadden aan appels, peren, druiven, vijgen, abrikozen en kersen. Twee jaar geleden schreef ik al een ode aan dit huis en nu doe ik het weer, toen omdat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om hier weg te gaan. Nu omdat ik juist ga, omdat we juist gaan. Met een beetje pijn in mijn hart maar dankbaar voor al die jaren waarin we hier hebben mogen wonen. We vertrekken nu met manlief, twee dochters en pup naar een ander huis, ook oud, ook in dezelfde wijk, maar een beetje groter wat handig is met zo’n uitdijend gezin, en hopelijk met net zo’n mooi en lief verhaal.

Lief mooi huis, dank, dank voor al die mooie jaren dat je ons, en met ons vele anderen, vrienden, familie en cliënten, de warme geborgenheid hebt gegeven tussen je muren die ongetwijfeld prachtige verhalen zouden kunnen vertellen.


  •  75 jaar bevrijding. 

Den Haag, 08-05-1945.

Mijn vierjarige vader staat aan de hand van mijn oma op straat. Indrukwekkende legertanks met Canadese soldaten rijden voorbij. Vlaggen hangen uit, mensen dansen, iedereen is uitgelaten. Die hele zware oorlog, waarin later pas blijkt hoeveel overledenen er zijn; is voorbij. Van een ijskoude hongerwinter naar mooi lenteweer krijgt mijn vader van een Canadese soldaat een aai over zijn bol en een stukje kauwgom. Dit moment zal hem altijd bijblijven. Toch was er ook angst, want waar was zijn vader, mijn opa. Opgepakt met een razzia in de nadagen van het jaar ervoor. Niemand wist waar hij was en of hij überhaupt nog leefde. Op het moment dat hij werd opgepakt, was mijn oma zwanger van haar vierde kind..

Breda, 05-05-2020.

75 jaar na de bevrijding. Ik wandel met mijn dochtertje en pup in onze buurt door een mooie, statige laan in Breda. De vlaggen wapperen en het rood wit blauw is in overvloed. Ik denk aan mijn vader 75 jaar terug in de tijd, de angsten van mijn oma en besef me al te goed hoe bijzonder het is dat ik hier nu loop, met mijn dochter hand in hand, ook in een tijd van Corona vrij en veilig.

We beëindigen bijna onze wandeling; onze pup wordt moe en moet slapen. In een ooghoek zie ik een vrouw met haar poedel stilstaan, een beetje uitdagend wachtend tot wij ons langs haar moeten wringen. Mijn dochter heeft ons hondje vast. Ik vraag haar nog of ze hem kan houden, maar het is al te laat.. In een split second ligt mijn dochter languit op straat, met als gevolg twee kapotte bloedende knieën en ellenbogen, onze hond heeft zich losgetrokken en is vrolijk kwispelend op poedel afgerend. Ongeremd; hij rent zo de straat op, zonder het besef van auto’s om zich heen. Gelukkig krijg ik hem te pakken en corrigeer ik hem meteen. Hij moet weten dat dit niet kan, dat dit nooit meer mag. Onze puppy jachttrainster heeft deze aanpak ons op het hart gedrukt, en het werkt.. (Tegen een kind wat de straat op schiet zeg je ook niet: oh, joh, toe maar hoor, ga gerust je gang)! Tegelijk sta ik trillend op mijn benen de knieën van mijn dochter te inspecteren, kijkend of er geen auto aan komt omdat we nog midden op straat staan. Ik voel mijn hart bonken in mijn keel.

En, wat zegt de mevrouw van de poedel: “je kan je hond echt niet zo een correctie geven hoor”.

En zo laat ze ons achter, verbijsterd. Is dit 75 jaar bevrijding? Blijkbaar wel, iedereen kan en mag zijn oordeel geven wanneer hij maar wil. Dat is vrijheid. En nou is dit nog het minste oordeel, ik bedoel; we hebben het over een hond. We hebben het niet over de grondwet of de EVRM. Rutte zou waarschijnlijk in deze situatie spreken over zogenaamde moraalridders..

En toch; toch denk ik; is dit werkelijke vrijheid? Of is vrijheid misschien ook een stukje leren om maar niet altijd ongevraagd kritiek te geven maar een beetje compassie met elkaar te hebben?

Het kan hem natuurlijk ook zitten in de poedel, want hoe lief misschien ook, een poedel is ook maar een poedel.. Met een poedel kan ik me voorstellen dat je je altijd afvraagt had ik maar, had ik maar een grotere hond genomen, zo’n stoere, prachtige pup met een egaal bruine kop en een lijf met bruin witte vlekken.. Begrijpelijk, helemaal. Maar tsja, die moet je wel opvoeden he? 😉

Stay safe! X Aster


  • De verslaving van nodig zijn én de graadmeter van verdriet.

Bijna iedereen overkomt het: je wil graag wat betekenen voor een ander. Dit lijkt altruïstisch, en begrijp me niet verkeerd, dat zal het zeker voor een groot deel zijn; maar een mens heeft het ook zelf nodig om nodig te zijn voor een ander. Het zorgt dat je groeit, dat je waardevol bent, dat je de idee hebt dat je er toe doet als piepklein stipje op deze grote wereld.

Nu, tijdens deze moeilijke tijd van het Corona-virus, waar prachtige initiatieven genomen worden, en waar mensen die normaal niet of minder gezien nu misschien wel meer gezien worden of in het zonnetje worden gezet; lijkt de behoefte om iets te betekenen nog groter te worden. Blijkbaar hebben mensen de behoefte zich te positioneren wanneer de controle wegvalt; of wanneer er een maatschappelijk probleem ontstaat. Je ziet dit terugkomen bij natuurrampen, aanslagen, en nu met Corona. Iedereen komt wel met initiatieven of doet mee aan initiatieven die genomen worden.

Prachtig, of ook met een keerzijde?

Want, wat als je nu zelf niet met initiatieven komt, wat als je eenzaam bent, wat als je door allerlei eigen omstandigheden met zoveel verdriet zit in deze tijd en de samenhang die er ontstaat door het hele corona virus nu mist?

Mogen je eigen gevoelens er dan nog wel zijn, juist in een tijd waar iedereen het moeilijk lijkt te hebben, waar er altijd wel iemand in de omgeving is die het zwaar heeft.

Het antwoord is ja, er is geen graadmeter voor verdriet. Iedereen heeft recht op zijn of haar eigen emotie. Of dat nu groot is of klein, laat niemand dat recht van je afpakken en laat niemand je aan dat recht twijfelen. Verdriet is niet te vergelijken. Verdriet is ook geen wedstrijd waarbij de één misschien meer recht heeft om verdrietig te zijn dan de ander. Dit is deels een kern van de ACT,  je eigen gevoel mag er zijn, altijd.

Juist in tijden als deze wordt dat wel eens onderschat en kan er een gevaar zitten dat er vergeleken wordt met een ander. Luister liever naar de ander, oprecht, zonder er een oordeel over te vellen, zonder je eigen stuk erbij te betrekken, doe iemand niet tekort maar geef iemand de ruimte om te vertellen wat voor juist hem of haar moeilijk en verdrietig is.

Verder lees ik dat er meer hulpaanbod dan hulpvraag is. Dat is gek vinden veel hulpaanbieders, maar wat zegt het eigenlijk over jezelf als je nodig gevonden wil worden? Heb je de behoefte om iets te betekenen? Doe je iets werkelijk voor een ander, of doe je het ook om stiekem zelf een beetje gezien te worden, of om enigszins controle te houden in een situatie waarin er totaal geen controle meer lijkt te zijn. Alles is even prima, maar ook hierin, probeer voor jezelf na te gaan wat je eigen emotie is achter het nuttig gevonden willen worden. Gun jezelf die emotie. Juist ook omdat je niet altijd even nuttig kan zijn.

Lieve mensen, dank voor de bloemen (via de post, bij de voordeur en persoonlijk van een afstand) en de kaartjes en zelfs het lieve potje met lekkers! It all did well!

Stay safe!
X Aster


  • Ode aan André Hazes.

Het is  vandaag 15 jaar geleden dat Nederlands meest geliefde volkszanger is overleden. Wat had die man, buiten het feit dat hij een raszuivere stem had en ik nog kippenvel krijg als ik zijn lied “Zij gelooft in mij” hoor, dat het hele volk (jong, oud, studenten, harde werkers, intellectuelen, politici etc.)  weg van hem was, en ís? Oké, het gros dan, uitzonderingen daargelaten. Zijn teksten, overigens door hem zelf geschreven, laten zien wie hij werkelijk was. Uit alles spreekt emotie, geen verdoezeling ervan. Maakt dat hem zo krachtig? Alle commotie rondom hem was bekend, de drank, de echtelijke ruzies. Iets waar hulpverleners stijl van achterover zouden slaan. Toch werd dat enigszins vergoelijkt.

In een oud artikel van de Trouw lees ik dat hij zoveel in zijn teksten van zichzelf prijs gaf dat je je er bijna ongemakkelijk van ging voelen. Was het de melancholie die om hem heen hing? Was het misschien dat iedereen zich wel een stukje in hem herkent? Kon hij verwoorden wat anderen voelden maar wat ze niet werkelijk durfden uitspreken? Hij liep in ieder geval niet weg voor zijn emoties. Hij durfde ze onder ogen te komen, ze te zien. Of misschien juist niet, en was de drank nodig om ze te verdoezelen? Misschien mocht hij juist wat meer compassie met zichzelf hebben. André Hazes lijkt vaak ingezet te worden op feestjes waar drank overvloedig vloeit, waar mensen door de drank een beetje los komen. André erbij en hop, iedereen houdt ineens weer van elkaar en alles is weer mooi en prachtig. Leuk, maar ook een beetje jammer. Zijn prachtige teksten worden hiermee ietwat tekort gedaan.

Waarschijnlijk was de kracht van André Hazes; dat hij belichaamde wat iedereen wel eens bij tijden voelt. Door André te luisteren mogen emoties er misschien ineens juist wel zijn. Misschien hebben we André juist allemaal wel een beetje nodig, gewoon om onszelf met ons hele hebben en houwen even wat meer te erkennen. De States had grote namen zoals Ella Fitzgerald, iedereen om me heen weet dat mijn jongste dochter naar haar is vernoemd, Etta James, John Lee Hooker, Ray Charles, B.B. King (die ik ooit nog heb zien spelen), Miles Davis, en nog een hele lange reeks met legendarische zangers. Maar wij hadden André. En daar waren én zijn we terecht trots op!

Op 27 september 2004, de dag dat in de Amsterdamse Arena een grote afscheidsceremonie voor hem werd gehouden, tekende ik samen met mijn lief achter in een piepklein supermarktje ergens in een dorpje waar de tijd heeft stil gestaan in Rajasthan, India, het condoleanceregister. Toen wist ik nog niet precies waarom ik het deed; was het een beetje sensatie, voor de grap, of tekende ik het oprecht. Mijn lief, die zes jaar ouder is, en dus veel wijzer toen dan ik, vond dat we het moesten doen. Nu ben ik er blij om, want ver weg, daar in een muffig zaakje waar de koeien door de straatjes liepen, heb ik op mijn manier toch even stilgestaan bij het afscheid van een bijzondere man.


  • Zelfappreciatie versus zelfwaardering. 

De behoefte om jezelf te willen onderscheiden van anderen is groot. Zeker in een maatschappij waar geen groepscultuur maar een individuele cultuur bestaat. De één wil meer geld, de ander een mooier huis, een betere auto etc.. Er is echter ook een subtielere variant die misschien wel wat lastiger te definiëren is. Deze subtiele variant resulteert meer in het willen verkrijgen van erkenning. Helaas is het tegendeel van erkenning miskenning. Zowel in de woorden erkenning als miskenning zit het hebben van een oordeel verscholen. Als je erkend wordt doe je iets goeds (en onderscheid je jezelf van een ander). Als je miskend wordt doet je iets fout (en onderscheid je jezelf ook van een ander). Ik zal proberen een simpel voorbeeld te geven.

Ik kan me herinneren ooit een pietje in de sinterklaastijd geknutseld te hebben op de lagere school. Ik had er mijn best op gedaan, was er volledig in op gegaan en had er veel plezier in om het te maken. Sterker nog, ik kan me na veertig jaar het moment nog voor de geest halen. Ik maakte muizentrapjes voor een hoofdversiering en ik gebruikte crêpepapier en papieren koffie-onderzetters van kant voor een kraag. Toen het klaar was, en iedereen klaar was, was ik verrukt van mijn pietje. Ik had eigenlijk de verwachting dat mijn meester ook zou aangeven dat ik het mooiste pietje van allemaal had gemaakt. Dat deed hij echter niet, sterker nog, er waren heel veel van diezelfde pietjes. Ik kon me herinneren een beetje teleurgesteld te zijn, in de meester, maar ook in mezelf, omdat ik het niet voor elkaar had gekregen een nog mooier pietje dan de anderen te maken. Helaas. Nu ik erop terugkijk, zie ik dat dit een klein voorbeeld kan zijn voor veel grotere voorbeelden in het volwassen leven. Overal zie je de wil van het onderscheiden terugkomen. Je vergelijkt jezelf met anderen, en je wil dus iets beter zijn, en als je dat niet bent sluit je je zelf uit (of ga je je te pletter werken om wél – misschien voor even- die waardering te krijgen), word je kritisch naar jezelf en ben je uitgerangeerd. Want, je bent niet bijzonderder, slimmer, mooier of beter, en het pietje ook niet..

Dit alles valt onder de noemer zelfwaardering. Zelfwaardering lijkt een prachtig begrip, en is natuurlijk een hype in deze maatschappij (hoe vaak hoor je niet: “oh.. maar je moet wel jezelf waarderen hoor”).. Tegelijk zit er iets fundamenteels destructiefs in. Namelijk: een uitsluiting of een vergelijking. Dus óf de ander is niet goed en jij bent beter, óf de ander is wel goed en jij bent minder.

Het destructieve of verwoestende zit hem in het stuk of je mensen wel echt oprecht als een gelijke kan zien, of misschien nog wel erger, of je jezélf wel echt als een gelijke van ieder ander kan zien, of dat je gedachte (de naam aan je verstand, de interne dialoog, mijn cliënten weten wat ik daarmee bedoel) je fundamenteel neer knuppelt, met de grond gelijk maakt, als je niet nét wat beter bent dan de ander, en je jezelf dus vergelijkt… Gevaar en gevolg is vaak een flinke dosis kritiek, veelal op jezelf, maar ook wel op de ander.

Hoe mooi zou het zijn als het woord zelfwaardering volledig geschrapt wordt uit het woordenboek. In de Dikke Van Dale staat overigens het woord zelfwaarde en wordt er verwezen naar ‘eigenwaarde’.  Tsja, probeer daar maar eens uit te komen wat er met die omschrijving bedoeld wordt. Op dezelfde pagina echter, linkse alinea blz. 921 van boek 1 A tot en met I, staat  ‘eigenliefde’; die omschrijving kan echt niet meer in deze tijd. Het komt er op neer dat wanneer je een beetje eigenliefde hebt, je meteen als narcistische persoonlijkheid betiteld wordt. Met eigenliefde bedoelen we tegenwoordig het beetje hebben van compassie met jezelf, wat heb je nodig op moeilijke momenten, wat gun je jezelf en mogen moeilijke emoties er ook zijn of probeer je ze koste wat het kost weg te duwen (pijn vervangen door ‘lijden’). Zie ACT..

Laten we het in het vervolg liever hebben over zelfappreciatie. Geen definities meer te hoeven geven of we beter of slechter zijn dan een ander, onszelf niet meer als uniek te definiëren door etiketten te plakken. Geen gedachten meer te hoeven hebben over onszelf over wie we eigenlijk zouden willen zijn MAAR in plaats van dat alles gewoon te zijn zoals we zijn. Alleen maar erkennen wat gewoon goed aan jezelf is, zonder vergelijk. Daarin kan je een goed gemiddeld mens zijn met uitstekende kwaliteiten, alleen zijn die kwaliteiten niet meteen per definitie iets unieks of iets op zichzelf staands. Perfect toch?

Terugkomend zou dat betekenen dat ik met mijn pietje volledig in mijn geknutsel op was gegaan en het daarbij had gelaten. Ik had ervan genoten, punt uit. Niks oordeel over mijn pietje wat mooier is dan het pietje van een ander. Of het pietje van iemand anders dat mooier is dan die van mij. En ja, ik vond mijn pietje mooier, en dat mag ook, maar maakt het me daarmee dan een uniek mens? Een uniciteit? Helemaal niet! Ik heb net even gegoogeld: op aarde leven 7,53 miljard mensen. Hoezo ieder zijn eigen uniciteit? Dat kan een knap lastige worden!

And what’s next, als de bevrediging van het beste en mooiste pietje voorbij is, wat heb ik dan weer nodig om mezelf te waarderen?

Het gaat om het niet hebben van een oordeel, alleen maar het feit dat zo’n klasje alleen maar bezig is met het maken van pietjes en daar volledig in opgaat, dat we daarin als gelijke optrekken. Dat daar, hoe klein we ook waren, een enorme verbondenheid in zit. We waren allemaal als gelijkgezinden bezig en de overeenkomst was dat we met z’n allen pietjes aan het maken waren. Geen goed of slecht, geen beter of slechter, geen minder of meer.

Gewoon pietjes!

  • N.B. 1: selfappreciation wordt in het Nederlands steevast vertaald als zelfwaardering. Trap er niet in en gebruik gewoon de Engelse term.
  • N.B. 2: Overigens; ik houd van De Dikke van Dale. Het heeft voor mij dezelfde betekenis als de Winkler Prins encyclopedie of de Bosatlas. De Winkler omdat we als kind vaak aan een grote tafel zaten bij mijn ouders thuis, iemand een letter van het alfabet en een bladzijdenummer noemde en iemand anders dan uitzocht wat er op die pagina stond – zo kom je veel te weten- en de Bosatlas omdat ik me zo lang ik me kan heugen gebiologeerd kon staren naar al die plaatsen in de wereld en me afvroeg hoe iedereen waar dan ook leefde. Nu ik zoveel landen heb gezien, 60 zijn het er, ik heb ze pas geteld (over zelfwaardering en narcisme gesproken), kom ik steeds meer tot de bewustwording dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn, en dus ook meer connectie..

Definition of Self-appreciation:

“The proces of appreciating yourself. Appreciating yourself is about being grateful for yourself. You can be thankful for example that your body is functioning properly. And grateful that you are given your natural talents and gifts”.


  • Concurrentie.

In een vak als coach is er ook veel concurrentie..

De naam www.lifecoachbreda.nl die ik vastgelegd heb als domeinnaam en waarmee ik ingeschreven sta bij de kamer van koophandel is een goede naam, zo blijkt. Nadat ik ermee begonnen ben, zijn er heel wat concurrenten die de naam ook zijn gaan gebruiken. Zo heb je er met een tussenstreepje, een hoofdletter, een andere internetextensie  of als sub- of ondertitel. Wanneer je niet in het handelsregister ingeschreven staat, of althans niet met die naam, en het alleen als domeinnaam vastlegt; is er ook niemand die je op de vingers tikt om te zeggen dat je die naam niet mag voeren omdat die al bestaat. Het kan behoorlijk frustrerend zijn wanneer mensen proberen mee te liften op succes; zeker ook wanneer er compleet teksten van mij overgenomen worden op een andere site met dezelfde naam maar niet met .nl erachter… Plagiaat heet dat.. (en het zegt ook iets over iemand; want waarom hebben ze het nodig?), maar dat terzijde..

Ik sprak erover met een vriendin. Zoals altijd geeft ze me een verhelderend inzicht wat maakte dat ik het los kon laten. Natuurlijk vond ze het ook erg dat mensen het nodig hebben om een zelfde naam te voeren. Wat ze me meegaf was dit: “concurrentie bestaat niet, je doet waar je goed in bent en wanneer je je eigen pad volgt, en bij jezelf blijft zonder van anderen over te nemen, komen de mensen toch wel naar je toe die bij jou in jouw praktijk thuishoren”. En zo bleek het ook te gaan..


  • Stipje op de wereld.

Op een avond laat sta ik een kleine was te doen in een wasbak in een ieniemienie badkamertje in Tokyo. Een kleine was is nodig, er is geen laundry service en de wassalons zijn gesloten. Terwijl ik zo mijn wasje doe word ik me bewust van de muren om me heen, wat erachter zit, de straatjes in de wijk buiten met hun zwakke verlichting en de hoge elektriciteitsdraden boven de grond, voorbij de rivier, van de mensen daar weer achter, de mensen in hun piepkleine appartementjes, in de open kantorencomplexen achter computers aan flexplekken in hoge wolkenkrabbers en verder. Ieder met hun eigen leven. Mensen die gelukkig zijn, ongelukkig, verdriet hebben, soms pijn, mensen die blij zijn en alle emoties die mensen overal ter wereld beleven.

Het is een interessante gedachte, dat er zoveel leven om je heen is, en dat je dus eigenlijk maar een kleine stip, ik in een piepklein badkamertje in Tokyo, zonder ramen, op die hele grote wereld bent. Voor sommigen kan dit beangstigend zijn. Mensen proberen zich te onderscheiden van anderen, met alle druk die ze zichzelf daarbij opleggen.

Toch kan het soms ook een geruststelling zijn. Door te bedenken dat je deel uitmaakt van die hele grote wereld, vallen je eigen problemen soms wat in het niet. Niet om ze te bagatelliseren, juist niet, maar wel om vanuit een ander perspectief naar je eigen problematiek te kijken. Het kan zijn dat door dit besef te creëren, mensen zich soms wat minder vaak eenzaam voelen, of inzien dat ze niet de enigen zijn met deze problematiek. Of zelfs, dat hun struggle misschien even op dat moment niet gevoeld wordt. Het kan een verbinding geven met anderen. Het kan het besef opleveren dat ieder mens eigenlijk in de basis hetzelfde doet. We proberen zo goed en zo kwaad als het kan te zorgen dat we een basisveiligheid hebben, een dak boven ons hoofd, voedsel, waardering en erkenning te krijgen, connectie te hebben met anderen. Niet voor niks is er het rijtje van de primaire basisbehoeften van Maslow.

In alle landen en werelddelen waar ik ben geweest; valt me op dat wanneer de hitte van de dag voorbij is en de schaduw wat komt, mensen hun tuintje gaan sproeien. In Japan zijn het vaak wat plantjes; een eigen oogst aan tomaatjes of groenten bij de voordeur die intensief geïnspecteerd worden, in Italië doen de nonna’s vaak hetzelfde. In Nederland vul ik een grote gieter om de prachtige vijgenboom in de tuin van water te voorzien. In andere delen van Azië worden de piepkleine tuintjes en offers in orde gemaakt, in Zuid Amerika de kruiden verzorgd. Het is vertederend om te zien dat er zoveel overeenkomsten zijn. Het besef dat er vaak meer overeenkomsten zijn dan verschillen, dus ook in problematiek, kan soms wat lucht geven. Denk maar eens in wat er allemaal om je heen is, achter al die muren, straten, wijken en zeeën. Je eigen problematiek gaat niet weg, en dat is ook niet de intentie, maar je eigen leven zien vanuit een ander perspectief kan de druk soms wat verminderen van het willen presteren en onderscheiden van anderen.


  • Goed mens.

Tijdens alle reizen heb ik al heel wat ceremonies meegemaakt. Boeddhistische in verschillende Aziatische landen, de laatste ergens achteraf in de bergen in Japan als onderdeel van de pelgrimsroute, bij de dalai lama in India, in sikhtempels, Russisch orthodoxe kerkdiensten, bijeenkomsten in synagogen toen ik in Israël woonde, gospeldiensten in de Bethel church in Harlem NY, maar ook gospels in Ghana en Ivoorkust die wat heviger eraan toe gaan dan in Harlem. Natuurceremonies door Afrikaanse stammen, mooie oproepen tot gebed gehoord vanuit moskeeën in Arabische landen en kerkdiensten bijgewoond. Ik ben niet gelovig, ook niet gedoopt. Mijn ouders besloten dat wij als kind zelf konden kiezen welke godsdienst we wilden uitvoeren wanneer we daar überhaupt behoefte aan hadden. Ik ben echter nooit zoekende geweest naar het aanhangen van een religie .

ACT en mindfulness, de trajecten die ik beiden geef als trainer, zijn erg verbonden met de boeddhistische levensfilosofie. Omarmen van het leven wat er komt, ook van de moeilijke zaken. Accepteren dat het een illusie is om alleen te streven naar het goede. Niet teveel willen onderscheiden van anderen. Jezelf als gelijke te zien van anderen, maar dan ook echt als gelijke. Te genieten van kleine dingen en niet alleen te streven naar einddoelen maar juist de stappen ertussen bewust te nemen. Te weten dat fouten maken bij het leven horen en dat je altijd weer opnieuw mag beginnen.

Ooit woonde ik samen met een Israëlische man. Zijn moeder, die redelijk religieus was, niet orthodox, maar wel gelovig, een prachtige vrouw van Marokkaanse afkomst met grote gouden oorringen en feloranje gekleurd hennahaar, zei me ooit: “het gaat me er niet om of mijn kind een goedgelovige jood is, of moslim of welke religie hij ook aan zal hangen. Het gaat me erom of hij een goed mens is. Iemand die respect heeft voor anderen, iemand die liefde kan geven en ontvangen, iemand die waardeert wat hij heeft”. Ze was een wijze vrouw, deze mooie dame die het ons altijd naar ons zin wilde maken en me “chamuda” noemde (schatje) vanaf het eerste ogenblik dat ze me zag. En ook had ze gelijk: in alle religies of levensfilosofieën ligt de kern in het zijn van een goed mens.


  • Bel far niente.

Soms is het goed even niks te doen. Helemaal niks. Gewoon om weer even stil te staan bij wat we hebben en wat als normaal wordt beschouwd. Tot het kapot gaat.. Van de week, een hele drukke werkweek net voor de zomervakantie, maar ook een jaarafsluiting van veel dingen, ging de afwasmachine stuk. Op wereldniveau is dit geen ramp en is het zelfs erg om erover te klagen. Toch was dat wel mijn eerste (automatische) reactie. Terwijl ik de afwas met de hand deed mopperde ik nog wat, baalde ik dat ik geen afdruiprek had en plotseling, zomaar uit het niks; bekroop me een vakantiegevoel. Mijn gedachten gingen naar het hutje wat we soms huren in de Alpen. Niks hoeft er. Overigens kan er ook niks maar dat is terzijde. De enige buren die we daar hebben zijn 60 alpenkoeien. Prachtige beesten, maar ook een groot gevaar als ze denderend met hun logge lijf over elkaar heen springend de berg afstormen.

Het is een hutje wat ik ooit boekte voor mijn lief. Hij is de outdoorman, ik houd van de stad. Liefst een grote stad, New York en Parijs blijven daarbij favoriet. Ik vond een compromis: een week het hutje, daarna naar bella Venezia, naar het zwembad bij de Italiaanse nonna en naar de opera van Aida in Verona. Ik probeerde mijn week in het hutje wel door te komen. Nu heb ik wat meer moeite dan mijn lief met geïsoleerd te leven. Hij is enigszins wel wat gewend met zijn korps verleden in Noorwegen. Een aantal maanden in totale isolatie onder een dik pak sneeuw en kou. Ik heb al moeite met de Ardennen. De rust en stilte kunnen me soms –zelfs als coach en mindfulnesstrainer- enorm aanvliegen.

Het hutje is prachtig, dat scheelt. Het is schoon, knus ingericht. Heeft nog een oude houtoven waar je eerst hout voor moet hakken voor je wil koken. Waar je overigens ook eerst hout voor moet hakken om het warm te krijgen, zelfs midden in de zomer bovenop de Alm. Het heeft een prachtig terras met een grote houten tafel waar je met veel mensen (die er dan dus niet zijn) aan kan zitten. Er is echter geen wifi, pech voor beide dochters, geen radio, geen tv, geen gas et cetera. Ook is het nog een behoorlijke klim om er te komen. Een half uur bergop en zo’n 20 minuten bergaf. Er is geen weg, geen vervoer, niks. Ik kon me herinneren dat ik in dat hutje dat afwassen wel fijn vond. Lekker niks doen, bel far niente zouden de Italianen zeggen. Soms een afwasje, een wasje, beetje eten, een koffietje, een wijntje en alleen maar kijken naar het prachtige uitzicht. Let wel: in één panoramablik heb je de Dolomieten, de Alpen en de gletsjer van de Grossglockner. Stiekem genoot ik er wel van. Na een paar dagen vond ik het zelfs heerlijk. Er was niks dus er hoefde ook niks. Het is natuurlijk ook wel anders dan de reizen door Afrika waar ik soms blij was een stromend riviertje tegen te komen om kleding in te kunnen wassen, of mezelf.. Dat was soms pittig, en dan heb ik nog de luxe om weer terug te kunnen naar dit landje waar veel goed geregeld is.

Helaas zit het hutje continu volgeboekt. Jarenlang op rij. Zouden er dan zoveel mensen behoefte hebben aan die stilte en rust? Ik denk het wel.. Ik heb een dealtje met de eigenaresse kunnen sluiten en we mogen er ook in wanneer het seizoen voorbij is. Wel op eigen risico want er vallen nog dikke pakken sneeuw en ondergesneeuwd is dus ook echt ondergesneeuwd. Aan de mensen die nog steeds op zoek zijn naar een hutje waar ze zich even terug kunnen trekken maar het niet kunnen vinden is mijn advies: koop een afwasafdruiprekje, daarmee heb je de helft al bereikt. O ja, inmiddels heb ik ook een wasrek voor het drogen van de was buiten staan..

Happy holidays!


  • Loslaten van controle.

Wat maakt dat we, in de westerse wereld, onszelf zo in onze eigen gedachten klem kunnen zetten en het ons daarmee zo moeilijk maken? Het loslaten van oude patronen blijft een moeilijk issue. Niet alleen dat, het is misschien nog wel moeilijker om die oude patronen te leren herkennen. Wanneer we inzien dat ze niet functioneel zijn is het nog een hele opgave ze opzij te zetten en nieuwe patronen te ontwikkelen. Kan het zijn dat wanneer de keuzevrijheden groter zijn, we de vrijheid om patronen te mogen doorbreken juist om die reden niet meer kunnen ervaren of zelfs voelen? Dat het gevangen zet, dat er een angst is om een verkeerde keuze te maken? En als je een verkeerde keuze maakt, mag je dan niet meer verder?

In één van de gesprekken die ik voerde met vluchtelingen op een asielzoekerscentrum werd me duidelijk dat vluchtelingen niet altijd meer de keuze hebben om controle vast te houden. Er is geen weg terug; alles moet soms in één keer losgelaten worden. Het land wat je lief is, je werk, je huis, en misschien nog erger je familie of gezin. Niet altijd heb je de kans om na te denken voor je vlucht, of zelfs maar te bedenken naar welk land je gaat.

De controle loslaten moet soms ineens, zonder dat je er een keuze in hebt, zoals de generatie van mijn vader en zijn ouders dit ook hebben gemoeten tijdens de tweede wereldoorlog. Soms ben je te laat en moet je je overgeven aan een macht die groter is dan jezelf zonder nog de mogelijkheid te hebben eraan te kunnen ontsnappen. Soms is er geen andere optie dan weg te gaan, om diezelfde macht nog te kunnen ontlopen. Zoals ik hoor tijdens de gesprekken die ik voer met vluchtelingen, moeten daarbij wel eens in een split second de meest verschrikkelijke keuzes worden genomen. Het doet me denken aan de film Sophie’s choice.

Hoe gaan mensen dan verder wanneer er werkelijk geen houvast meer is, er niks meer is om controle op te hebben? Hiervoor geldt zeker het stuk verander wat je veranderen kan, maar stop geen energie in het niet kunnen veranderen. Probeer zo goed en zo kwaad te leven, door te gaan, te slapen, te eten, kinderen te verzorgen en zoek iets wat enig perspectief geeft om de dag door te komen. Iets waarbij je je nuttig voelt, gewaardeerd.

Het antwoord van sommige vluchtelingen die alles hebben moeten loslaten is dat er angst is, maar dat ze daar niet continu naar willen handelen. Het meegaan in de gedachtestroom om de angstgevoelens maar uit de weg te gaan  kost hen teveel energie, en het levert niks op. Wat rest is juist het – tot in zekere mate- toegeven aan het verdriet, aan de boosheid, aan de angst. Door er ruimte aan te geven ervaren ze soms opluchting, zodat ze weer even verder kunnen. Die momenten van verdriet en angst zijn vaak aanwezig, maar niet meer continu.

Misschien is het goed om soms heel even een perspectiefwisseling te doen. Om, hoe moeilijk het doorbreken van oude patronen ook kan zijn, te ervaren dat we hier grotendeels vrijheid ervaren. Dat we voelen dat we ook elders geboren hadden kunnen worden, zonder al die keuzemogelijkheden, zonder dat we altijd zouden mogen zijn wie we zijn omdat een regime ertegen is. Gewoon, voor even, alleen maar om duidelijkheid te krijgen in die eigen oude patronen. Daarbij wil ik niks af doen aan de problematiek die ook mensen hier ervaren, want hoe mooi de wereld ook kan zijn, er zijn ook problemen, en dát is universeel.


  • Compassie met je kind, of ook even compassie met jezelf?

Onmacht als moeder (of vader) is een universele emotie, zo blijkt..

Zo was ik vorig jaar (zoals elk jaar) weer in één van mijn favoriete bageltentjes with the best bagels ever, Murray’s, West village NY, een leuk tentje wat je zo voorbij loopt, maar met divine bagels.

Anyway, when you are there, just try..

Dit alles terzijde..

Ik zat met mijn jongste dochtertje aan een tafeltje met naast me een moeder met haar zoontje. Het was vrijdagmiddag, de scholen waren net uit en het kleine barretje stroomde vol met vaders, moeders of oppassers met hongerige kinderen. De moeder naast me zag er een beetje ontstemd uit. Op een gegeven moment vroeg ze haar zoon: “So, who is popular?” Waarop zoontje een aantal namen op begon te noemen. Moeder ging een stap verder en vroeg haar zoontje in welke mate hij populair was in de klas? Hierop zei zoontje dat het wel meeviel en dat er een paar kinderen niet met hem wilden spelen. Moeder ging hierop door, drammend. Ik voelde de spanning bij beiden oplopen. Uiteindelijk legde zoontje zijn bagel neer en begon te snikken. Mijn eerste gedachte was boosheid op een moeder die ik niet kende omdat ze haar kind tot het uiterste dreef. Toen ik haar in een split second aankeek en haar onmacht zag, kon ik het verdriet en de pijn erachter bijna voelen. Mijn hart brak; zo het weekend ingaan, met zoveel pijn, omdat je zoontje niet goed ligt in de klas is een emotie die elke moederhart wat doet. Het liefst wat ik wilde was zowel moeder en zoon in mijn armen nemen en zeggen dat ik het begreep, om een stukje troost mee te geven.

Maar wat is het nu werkelijk? Het is toch bijna een gegeven dat we willen dat onze kinderen het goed doen, dat ze niet alleen leerinhoudelijk vooruit kunnen, maar ook zeker goed liggen in een klas, op een school en met vriendjes of vriendinnen? We willen toch allemaal dat onze kinderen voor zichzelf op kunnen komen, sterk zijn, en met elke situatie op een goede evenwichtige manier overweg kunnen? In eerste instantie zeggen we vaak dat onze kinderen alles maar moeten zeggen tegen ons, maar van de andere kant, willen we werkelijk alles wel weten? Of brengt het zoveel onmacht, pijn en confrontatie met zich mee dat we stiekem liever denken dat onze kinderen het zelf maar uit moeten zoeken?

Wat we allemaal willen is controle houden. Controle op ons kind, niet dat het leerinhoudelijk goed presteert, dat ook graag, maar vooral dat het lekker in zijn of haar vel zit. Dat het een paar goede vriendjes en vriendinnetjes heeft, dat het speelkameraadjes heeft, uitgenodigd wordt op feestjes. We willen ons kind gewoon goed die maatschappij in hebben. Dus wat doen we? We geven het als jong kind al een dosis kritiek mee van hier tot Tokyo, zonder er ons bewust van te zijn. En dat doen we dan ook nog eens met de beste intenties!

Moeder leek haar eigen onmacht op een gegeven moment te begrijpen. Ze gaf het besmeurde cream cheese servet aan haar zoontje zodat hij zijn tranen kon afvegen en pakte hem daarna op haar schoot. Ze deed wat ik bij haar wilde doen. Ze nam hem in haar armen en wiegde hem als een klein kind. Zoontje huilde, en was vervolgens opgelucht. Pakte zijn bagel en at die verder op. Daarna liepen ze hand in hand de zaak uit. Dát is pure compassie: erkennen dat er verdriet is, toegeven aan en accepteren van je eigen pijn en inzien dat je er op dat moment niks aan kan veranderen.

O ja, en vervolgens inzien dat – ook wanneer je niet zo populair bent – dat helemaal niet zo erg is; because hey? Who else can say that he lives in West village and can eat a bagel at Murray’s every friday?


  • Huis.

Het is 11.07. Om 13.00 uur is de bieding op het huis afgelopen. Ik heb al een week bedenktijd en heb nog geen idee wat ik moet doen. Het andere huis biedt veel mogelijkheden. Het heeft een eigen achterom wat in deze wijk vrijwel ondenkbaar is, een patio met prachtige Franse tegeltjes. Er is een voorkamer waar ik cliënten kan ontvangen. Een grote keuken met hoge zwarte ramen. Een veranda, een mooie tuin, een grote schuur waar motor, 13 fietsen, duikpakken en alle klimmaterialen in kwijt kunnen.

Perfect zou je denken! En tóch..

Toch, wanneer ik er dieper over nadenk – ik heb al een conceptbod voor de makelaar waarmee ik maar op een knop hoef te drukken- komt er uit het niks een snik naar boven. En hoe meer ik er mee zit nog één en nog één. Zit ik hier nu te sniffen om een huis?

Buiten het feit dat ik het te zot voor woorden vind dat wanneer ik een bezichtiging inplan, ik dat doe met 22 anderen waarbij iedereen elkaar voor de voeten loopt en je de competitie in elkaars ogen ziet, én dat wanneer ik ga shoppen ik dat in meer rust kan doen dan bij een huis waar ik tegen de 5 ton moet neerleggen, is er dus blijkbaar iets anders wat me tegenhoudt.

Ik kijk rond in mijn eigen huis, waar ik met alle liefde mijn cliënten ontvang, zelfs mindfulness begeleid in de woonkamer. Mijn huis baadt in het licht, ademt, heeft ruimte, is oud, heeft een prachtig oud liefdesverhaal in zich schuilen van tijdens de tweede wereldoorlog. In mijn huis zijn mijn eigen mooie dochters geboren. Ik heb hier geleefd, lief gehad en nog steeds, er zijn feestjes geweest, zelfs een paar keer een concertje, we hebben hier grote diners gehad. Er is  gedanst, gelachen, ruzie gemaakt, gehuild en gedeeld.

Ai, ga ik dit huis, wat me zo lief is, zo dierbaar is achter me laten?  Wat was ook weer de taak van mij als coach om aan cliënten over te brengen? Wat gun je jezelf diep in je hart werkelijk? En onderzoek eens wat er nu in je gedachten gebeurt, zonder meteen over te gaan op actie?

Het is me helder. Na een laatste snik open ik mijn mail, lees mijn conceptbod nog eens door en druk op de knop..

Voor de prullenbak.

Ik blijf.. Ik blijf omdat ik er klaarblijkelijk nog niet aan toe ben om dit achter me te laten. Ik blijf en neem al het geregel voor de kinderen op de koop toe. Ik blijf omdat ik er ook waarde aan hecht om juist mijn cliënten te ontvangen in dit welkome huis wat je omarmt als een warme deken.

Ik blijf omdat het me lief is én omdat ik weer even enorm die compassie voel met mezelf. Er is een diepgewortelde kern in me die me heel stilletjes toeroept, nee, dat andere huis ligt niet in je hart. Het moest zich alleen nog even openbaren. En dat is nu gebeurd.

Dank je wel!

_______________________________________________________________________________________

  • Compassie voor jezelf. 

In een maatschappij waarin vrijwel altijd wordt verwacht dat iedereen overal een mening over moet hebben en die ook duidelijk mag verkondigen, is het nog knap lastig om een beetje compassie met jezelf te hebben. Een mening impliceert namelijk ook vaak dat er kritiek is, en die is niet altijd maar positief..

Hoe kan je dan nog een beetje compassie hebben met jezelf? Hoe kan je nog een beetje respect hebben voor jezelf en je harde werk wanneer een ander dat niet voor je heeft, of zelfs wanneer een ander soms kritiek heeft? Dit zijn lastige vraagstukken. Ons verstand zorgt er namelijk voor dat we eerder vast gaan houden aan het negatieve wat er is gezegd, of hoe we iets hebben opgevangen, dan aan alles wat er die dag wel goed is gegaan.

Ons verstand zorgt er zelfs voor dat we ook maar niet mogen voelen dat dat beetje kritiek van die ander, of het niet hebben verkregen van respect van de ander, misschien stiekem best wel een beetje zeer doet. Ons verstand zegt dat we het eigenlijk niet goed genoeg doen. Het resultaat is óf nog harder werken en nog harder ons best doen, óf degene die ons kritisch heeft benaderd maar negeren en soms zelfs met harde kritiek terugslaan.

Lastig..

En tóch, het ís mogelijk om wat meer compassie met jezelf te hebben. Niet door die klant die kritiek heeft uit de weg te gaan, niet om die concurrerende collega te negeren. Maar wel door ons niet altijd maar te laten leiden door ons verstand. Door niet altijd ons verstand maar de regie over ons leven te laten voeren omdat het zegt dat wat we voelen we diep in ons hart niet mogen voelen.

Compassie met jezelf houdt in dat je juist de pijn van dat stukje miskenning mag voelen. Dat je dat stukje toelaat, dat het bij je hoort én dat je erkent dat je niet perfect hoeft te zijn. Dat je er niet automatisch allerlei oplossingen voor hoeft te zoeken. Dat je gewoon mens mag zijn die het niet iedereen naar zijn zin kan maken, dat het zèlfs een realistische kijk op de wereld is dat we niet perfect zijn.

En, hoe zit het met jou?

Mag jij gewoon mens zijn?

Gun jij het jezelf om niet perfect te hoeven zijn?

Of ben je bereid er een start mee te maken?

_______________________________________________________________________________________

  • Alles wat moeilijk is uit de weg gaan?

Na een nare periode wordt natuurlijk gedacht: “dit nooit meer”. Niemand wil meer die pijnlijke, nare gevoelens meemaken. Vaak gaat dit een tijdlang goed tot de angst om weer een moeilijke tijd te krijgen gaat overheersen.

Angst zorgt ervoor dat we als mens gaan handelen door dingen te doen die goed voor ons zijn en door dingen te laten die niet goed voor ons zijn. We hebben hiermee de idee dat we de controle kunnen behouden, dat we grip hebben op ons leven, op ons mentale gestel en zelfs op ons lichaam. Natuurlijk is het goed om goed voor jezelf te zorgen, te bewegen, genoeg nachtrust te krijgen, gezond te eten, geen drugs te gebruiken, zo min mogelijk alcohol te nuttigen.

Angst zorgt ervoor dat we als mens geneigd zijn naar die angst te leven. Dus wat niet goed was tijdens een nare periode, moet erna koste wat kost voorkomen worden. Gevolg hiervan is dat er steeds meer wordt vermeden, dat er steeds meer uit de weg gegaan wordt en dat er steeds obsessiever naar oplossingen gezocht gaat worden om het nare gevoel of de teleurstelling die er is uit de weg te gaan. Angst zorgt er ook voor dat we afleiding gaan zoeken om maar niet te voelen.

Helaas kunnen we gewoonweg niet altijd en overal maar de controle op hebben.

Het kost vaak veel meer tijd en moeite om dingen op te lossen en uit de weg te gaan dan werkelijk de nare dingen toe te laten en gewoon te voelen. Verdriet vermijden we, maar wat gebeurt er nu werkelijk als je verdriet toelaat? Waarschijnlijk is het verdriet even flink aanwezig, misschien wel een paar uur, of wat langer. Toch, wanneer je het de ruimte geeft, erken je meer de gevoelens die er zijn, erken je ook dat je niet alles altijd maar onder controle kan houden.

Uiteindelijk kan dit zorgen voor meer rust, meer gevoel, meer compassie met jezelf omdat jij én je gevoelens er mogen zijn en dat je er niet altijd tegen hoeft te vechten. Vechten zorgt er voor dat je in de tussentijd niet bewust leeft, alleen maar bezig bent de angst voor de toekomst in te perken.

Leef, leef met alle angsten, zorg goed voor jezelf waar mogelijk en laat de angst niet de regie nemen over je hele leven.